In bijna elk gesprek over een bestaande website valt op enig moment de zin: “en hij is ook zo traag.” Meestal komt die er achteraan, na de vraag over een nieuw ontwerp of een pagina die erbij moet. Alsof het een bijzaak is.
Ik zie het andersom. Snelheid is een van de weinige dingen aan een website die iedere bezoeker meemaakt, ongeacht wat hij komt doen. Je nieuwe kleurenpalet valt sommige mensen op. Die drie seconden wachten vallen iedereen op.
Snelheid is geen cijfer
De eerste reflex is vaak om een testtool los te laten op de site en te schrikken van de uitkomst. Begrijpelijk, maar zo’n score is een middel en geen doel. Ik heb sites gezien met een keurige 90-plus die alsnog stroperig aanvoelen, en sites die op papier matig scoren maar waar je nooit op zit te wachten.
Wat een bezoeker merkt, is iets anders dan wat een tool meet. Hij merkt hoe lang het duurt voordat er iets zinnigs op het scherm staat, en of de knop waar hij op drukt meteen reageert of nog even nadenkt. Die twee dingen zijn belangrijk. De rest van de score is grotendeels boekhouding.
Dus als ik naar een trage site kijk, open ik hem eerst gewoon op mijn telefoon, op 4G, zonder cache. Dat is de test die telt.
Waar het in de praktijk misgaat
Na twintig jaar sites bouwen en overnemen kom ik telkens dezelfde vier oorzaken tegen. Zelden allemaal tegelijk, meestal twee ervan.
Afbeeldingen die veel te groot zijn. Dit is met afstand nummer één. Iemand heeft een foto van de fotograaf gekregen, 4000 pixels breed en een paar megabyte zwaar, en die rechtstreeks geüpload. Op een plek waar hij uiteindelijk 600 pixels breed wordt weergegeven. Vermenigvuldig dat met acht foto’s op de homepage en je snapt waarom het even duurt.
Plugins die overal meeladen. Een formulierenplugin die zijn scripts op elke pagina inlaadt, ook op pagina’s zonder formulier. Een sliderplugin die al twee jaar niet meer gebruikt wordt maar nog wel actief staat. Dat is geen slechte plugin, dat is een plugin die niet weet waar hij nodig is.
Hosting waar niemand naar omkijkt. Het gaat er niet om wat je betaalt, maar of iemand weet wat er op die server draait. Op de goedkoopste gedeelde pakketten sta je tussen sites waar je niets van weet, zonder vaste toewijzing van geheugen of processorkracht. Zolang het rustig is merk je niets. Zodra iemand anders op dezelfde machine een drukke dag heeft, of een verwaarloosde site daar wordt misbruikt, merk je het wel. En je kunt er niets aan doen. Zelf beheer ik daarom een eigen omgeving waarop ik precies weet wat er staat, omdat je dan kunt ingrijpen in plaats van afwachten.
Geen caching, of caching die verkeerd staat. WordPress bouwt bij elk bezoek de pagina opnieuw op, tenzij je hem vertelt dat dat niet hoeft. Vaak zit er wel een cacheplugin op, maar staat die zo voorzichtig ingesteld dat hij nauwelijks iets doet.
Mobiel is geen kleiner scherm
Er wordt vaak getest op een laptop met glasvezel, in dezelfde stad als de server. Daar is bijna elke site snel. Het probleem ontstaat in de trein, met twee streepjes bereik, op een telefoon van vier jaar oud.
Dat is ook precies waar bouwers als Elementor je in de weg kunnen zitten. Ze zijn fijn om mee te werken en ik gebruik ze zelf dagelijks, maar ze schrijven meer code dan strikt nodig is. Op een snelle verbinding is dat verschil onzichtbaar. Op een trage verbinding is het het verschil tussen “hij laadt” en “hij doet niks”.
Wat ik meestal eerst doe
De volgorde is belangrijker dan de lijst. Ik begin altijd bij de afbeeldingen, om de simpele reden dat daar de meeste winst zit en het risico het kleinst is: er verandert niets aan de werking van de site, alleen aan het gewicht.
Daarna kijk ik welke plugins er actief zijn en wat ze doen. Niet met de bijl erin, eerst uitzoeken wat waar voor nodig is, dan pas opruimen. Vervolgens caching goed instellen, wat vaak neerkomt op durven: de standaardinstellingen zijn conservatief.
Hosting komt bij mij als laatste, omdat verhuizen werk is en pas de moeite waard als de rest klopt. Een langzame site op een snelle server is nog steeds een langzame site.
In veel gevallen ben je met de eerste twee stappen al klaar. Dat is minder spectaculair dan een complete herbouw, maar het is meestal ook gewoon wat er nodig is.
Wat je niet in een grafiek ziet
Er is nog een reden waarom ik hier aandacht aan besteed, en die gaat niet over bezoekers.
Een trage website wordt door de eigenaar zelf ook gemeden. Inloggen duurt lang, een pagina bewerken duurt lang, en dus stel je het uit. Het nieuwsbericht dat je wilde plaatsen komt er niet, de verouderde prijs blijft staan, en na een jaar is de site achterhaald. Niet omdat er geen tijd was, maar omdat het geen plezierig ding was om te openen.
Andersom werkt het net zo. Als het beheer soepel gaat, ga je er vanzelf vaker in. Dat is misschien wel het onderschatte rendement van een snelle site: hij blijft actueel.
Conclusie
Snelheid is geen extraatje dat je erbij bestelt, en ook geen score die je moet halen. Het is de eerste indruk die je maakt bij iedereen die je site opent, en de reden waarom je er zelf wel of niet mee aan de slag gaat.
Het goede nieuws: in de meeste gevallen is er geen nieuwe website nodig. Grote afbeeldingen verkleinen, opruimen wat niet gebruikt wordt en de caching fatsoenlijk instellen brengt je een heel eind. Merk je daarna nog steeds dat het stroef gaat, dan pas is het tijd om naar de hosting of de opbouw van de site te kijken.
En als je twijfelt of het aan jouw site ligt: open hem eens op je telefoon, buiten de deur, terwijl je op iets anders wacht. Dan weet je het binnen tien seconden.
Last van een trage website? Neem contact met me op, dan kijk ik even met je mee.